Leeuw, (de) Willem Jacobus.

Gevallen voor het Vaderland. “Allez Chasse!”

Opdat wij niet vergeten…

Stamregiment/ingelijfd bij: Regiment Jagers.

Oorlogsonderdeel: a/b Hr. Ms. BV 34/ de Noordzee.

(vermoedelijk door III-RJ vanuit de Waalhaven gedetacheerd).

Rang: Dienstplichtig Soldaat.

Functie: Telegrafist-marconist V.M.R.-Koninklijke Marine.

Beroep: Winkelbediende/Marconist.

Adres: Dirk Hoffstraat 34a te Rotterdam.

Locatie van sneuvelen: Oostgat, a/b Hr. Ms. BV 34.-Vlissingen. (bij benadering).

Locatie laatste rustplaats: Noorderbegraafplaats te Vlissingen.

Wijze van sneuvelen: Met het bewakingsschip, de “Noordzee” bij Zoutelande op een zeemnijn gelopen en daardoor gesneuveld. Het lijk is op 27 mei 1940 bij het Boeiershoofd Westerschelde aangespoeld.

Overig: Ongehuwd. Zoon van Willem Jacobus de Leeuw en Cornelia Catharina Adriana Maria Lameer. Geref.

Website-vermelding:

– Dodenboek Grenadiers & Jagers.

Onderscheiding:

Niet traceerbaar. Gaarne contact met de nabestaanden svp.

Gedurende de laatste weken van augustus 1939 verscherpten de internationale verhoudingen in de landen rond Nederland zich zodanig dat de Nederlandse regering besloot tot de algemene mobilisatie. Voor de Koninklijke Marine betekende dit onder andere dat de Bewakingsdienst werd opgericht. Deze bewakingsdienst had als doel een verrassend optreden van vijandelijke oorlogs- of koopvaardijschepen te voorkomen, het bewaken van de territoriale wateren inclusief de havens en riviermondingen en het voorkomen van schending van de Nederlandse neutraliteit. De Bewakingsdienst was een aanvulling op de Waarschuwingsdienst, die door de kustwacht van de marine werd uitgeoefend. De Waarschuwings- en Bewakingsdiensten konden indien nodig worden versterkt door de inzet van onderzeeboten en vliegtuigen. Beide diensten ressorteerden onder de plaatselijke maritieme commandanten.

Om de Bewakingsdienst van schepen te voorzien werden negentien zeesleepboten en grote havensleepboten gevorderd. Elf van deze sleepboten waren afkomstig van L. Smit & Co`s Internationale Sleepdienst, twee van Bureau Wijsmuller, drie van Scheepvaart Maatschappij G. Doeksen & Zoon en drie van Stoomsleepdienst P. Smit Jr. De bemanningen van de sleepboten werden gemilitariseerd door het sluiten van een vijfjarige verbintenis als Vrijwillige Marine Reserve (VMR) en aangevuld met militair personeel. De schepen zelf werden uitgerust met een kanon en een zoeklicht.

Hr. Ms. BV 34

(ex Noordzee)

Bouwwerf: L. Smit & Zn. te Kinderdijk 1927 Waterverplaatsing: 260 ton Machinevermogen: 550 pk Maximale snelheid: 10 knopen Bemanning: 15 koppen Bewapening: 1 x 5cm kanon

Hr. Ms. BV 34, de voormalige sleepboot Noordzee van L. Smit & Co`s Internationale Sleepdienst, werd op 24 augustus 1939 in dienst gesteld door commandant LTZ 2 P. Schmidt. Het bewakingsvaartuig liep op 14 mei 1940 tussen Vlissingen en Zoutelande, ter hoogte van de scheidingston van Deurlo en Oostgat, op een magnetische mijn en verging. Eerder die dag had het schip tijdens een patrouille een reddingsvlot van een Noors schip opgepikt in de vaargeul ter hoogte van Deurlo. Dit vlot zou worden afgegeven bij de eerder genoemde scheidingston. Tijdens het wachten liep Hr. Ms. BV 34 op de Duitse magnetische mijn en zonk. Twee slachtoffers werden opgevist door een Britse torpedobootjager en van twee anderen spoelden de stoffelijke resten later aan op de kust van Walcheren. De overige zestien opvarenden kregen een zeemansgraf.

Bronnen:

– Ministerie van Defensie.

– Nationaal Archief.

– Nationaal Archief, Oorlogsgravenstichting.

– Open Archieven.

– Nederlandse gesneuvelden in de meidagen 1940, J.W. de Leeuw (ASPEKT).

– https://www.tracesofwar.nl/articles/2307/Nederlandse-bewakingsvaartuigen.htm

Geef een reactie