Engering, Hermanus Carolus Marie. 

Gevallen voor het Vaderland. “Allez Chasse!” 

Leeftijd: 30.

Geboortedatum: 05 mei 1914.

Geboorteplaats: Den Haag.

Adres: Regentesselaan 9 te Den Haag.

Beroep: Manufacturier.

Oorlogsonderdeel: Regiment Jagers

Rang: Gewoon dienstplichtig sergeant.

Verzetsonderdeel: Rayon Oost Den Haag, Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) en Groep Natura (wijk Oost, financien en administratie)..

Functie: Plaatsvervangend leider.

Schuilnamen: Van Dalen, Sietsma en Brandsma.

Gearresteerd: Op 13 juli 1944, Trompstraat 134a te Den Haag.

Datum en locatie van overlijden: 05 september 1944, SS-Concentratiekamp Vught.

Wijze van overlijden: Gefusilleerd tijdens de Deppner-executies.

Op 29 augustus 1939 wordt Herman gemobiliseerd en dient tijdens de meidagen als sergeant bij het regiment jagers in het Nederlandse leger. Na de demobilisatie neemt hij zijn werk weer op als bedrijfsleider van één van de filialen in manufacturen van de Haagse Firma Engering.* Zijn jongste broer Louis is student wiskunde in Leiden. Louis weigert de voorgeschreven loyaliteitsverklaring te ondertekenen en raakt al snel betrokken bij het georganiseerde verzet in Den Haag; de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). Eind 1943 wordt Louis gearresteerd in een ijssalon in de Haagse Reinckenstraat en vastgezet in het Oranjehotel in Scheveningen.

Herman neemt het verzetswerk van Louis over en wordt plaatsvervangend leider van het rayon Den Haag Oost van de LO. Hij gebruikt de schuilnamen Van Dalen, Sietsma of Brandsma. Welke schuilnaam hij gebruikt hangt af van de groep mensen waar hij op dat moment mee samen werkt. Bijna niemand kent zijn echte naam. Herman regelt de financiën en de administratie van de verzetsgroep. Als hij constateert dat door sommige onderduikers met bonkaarten wordt gefraudeerd, bedenkt hij een systeem waardoor fraude niet meer mogelijk is. Ontwikkelde een controlesysteem om te voorkomen dat onderduikers van meerdere zijden bonkaarten kregen. Het systeem zit zo in elkaar dat het voor de Duitsers niet te doorgronden is. Herman werkt nauw samen met zijn twee jaar oudere broer Piet.

In de loop van 1944 richt Herman met een aantal andere verzetslieden de groep Natura op. Zij bezorgen naast bonnen en geld ook dekens, kleding, schoenen en levensmiddelen aan onderduikers en gezinnen die onderduikers in huis hebben. De achtergebleven gezinnen van mensen die vanwege verzetsactiviteiten gevangen zijn gezet worden eveneens zo geholpen. Aan de inzameling van goederen werken boeren en tuinders mee, pastoors en dominees, en mensen die het verzet op deze manier willen steunen.

Na de arrestatie van Piet werd men voorzichtiger en ze besloten nog één keer een vergadering te beleggen. Men moest om 19:00u op de hoek van de Koningin Emmakade en de Laan van Meerdervoort zijn. Herman wachtte samen met Teus van Vliet de rest op en vertelde dan het adres. Bij die vergadering van de LO op 13 juli 1944 in de Haagse Trompstraat 134A bij de familie Boot wordt Herman gearresteerd, en dertien aanwezigen met hem. Wrang genoeg zou uit oogpunt van veiligheid juist tijdens deze vergadering worden besproken hoe een systeem van contacten op te zetten om overbevolkte vergaderingen te voorkomen. De hele verzetsgroep blijkt verraden door een verzetsman (Rietveld) wiens opgepakte vrouw in de gevangenis een miskraam krijgt. In ruil voor vrijlating van zijn vrouw besluit hij voor de Duitsers te gaan werken. Hij kreeg het adres van Herman te horen en vertelde dat hij wat later kwam omdat hij nog even ergens langs moest. Hij ging gelijk naar de SD en heeft de hele groep verraden. Om 20:00u was iedereen behalve Rietveld aanwezig en werd er aangebeld. Jeanne Boot deed open in de veronderstelling dat het Rietveld zou zijn. Het was de SD en het huis was omsingeld. 15 SD’ers stormden naar binnen en kwamen schietend de kamer binnen. Iedereen moest de handen omhoog doen en nadat de overvallers hadden vastgesteld dat er niemand gewond was werden ze in de boeien geslagen. Ze werden allemaal naar het Oranjehotel afgevoerd en op 21 juli 1944 wordt Herman vanuit het Oranjehotel overgebracht naar het concentratiekamp Vught.

De gevangenen mochten één keer in de twee weken een (gecensureerde) brief naar huis schrijven. In een brief vanuit Baracke 4b van 14 augustus 199 schreef Herman: “Het gaat mij bijzonder goed en heb mij reeds volledig aan mijn nieuwe omgeving aangepast. Ik het het geluk gehad Jenny een paar maal te mogen spreken, natuurlijk met toestemming, ook zij maakt het heel goed. Ik hoop maar dat zij spoedig weer vrijgelaten wordt. ij mij vertrek heb ik u allen nog gezien, jammer dat ik u toen niet meer mocht spreken en afscheid van u mocht nemen. Is Louis alweer thuis? Naar mijn beste weten moet hij weer in de familiekring opgenomen zijn. Van Piet hebt u zeker ook wel iets vernomen? Ik zou graag wat toiletartikelen van u ontvangen, zoals, tandpasta, borstel, zeep. Wilt u vooral ook niet vergeten de groeten te doen aan de fam. Jacobs. Wij zitten hier midden in de denneboschen en het weer is prachtig, zodat wij het best kunnen houden.”

In elke barak zaten ongeveer 40 personen. De gevangenen kwamen niet buiten om te werken en niemand sprak over de reden van arrestatie . Men vertrouwde niemand omdat de Duitsers gebruik maakte van stromannen. De Gestapo had de mannen op dodenlijsten geplaatst. Door een ‘niedermachungsbefhel’ van Hitler van 30 juli 1944 was rechtspraak tegenover saboteurs vervallen en kon iedereen zomaar ter dood worden gebracht. Een oud-gevangene: “Regelmatig werden namen van mensen bekendgemaakt , die zich ’transportfertig’ moesten maken. De gevangenen werden weggehaald. We stonden in twee rijen en ze liepen daar tussendoor. We namen persoonlijk afscheid van ze en even later hoorden we schoten op de schietbaan. Nederlandse SS’ers verrichten de executies. Dr. Fischer stelde de dood vast en Standesbeanbte Görgens ondertekende de overlijdensakte. Op de schietbaan werden ook gewone schietoefeningen gehouden en soms waren de lichamen nog niet weggehaald. In het kamp was een crematorium en de as werd in een kuil gegooid. Minstens 735 mensen werden in Vught vermoord.

Het front kwam steeds dichterbij en op de eerste dagen van september kon men het gebulder van de geallieerde kanonnen horen. In de loop van 05 septemebr ging het gerucht dat de Geallieerden Breda hadden bereikt. In allerijl ontruimden de Duitsers het kamp door gevangenen te executeren en de rest weg te voeren. Op 5 september 1944 worden 59 personen doodgeschoten waaronder Herman met een aantal vrienden uit het Haagse verzet.

Het is niet de enige slag die de familie Engering te verwerken krijgt. Piet wordt op 19 april 1944 gearresteerd als hij een vals persoonsbewijs, bestemd voor een onderduiker, wil bezorgen. Hij blijkt een verkeerd adres gekregen te hebben. Als Piet merkt dat hij bij een politieagent heeft aangebeld is het al te laat. De agent vertrouwt Piet niet en loopt hem heimelijk achterna. Uiteindelijk wordt Piet meegevoerd naar het politiebureau. Hij wordt gevangen gezet in Siegburg in Duitsland. Als de Amerikanen vlakbij zijn worden de gevangenen op transport gesteld en ziet Piet kans te vluchten. Bij een poging door de gevechtslinies te komen wordt hij op 13 maart 1945 door een granaat gedood.

Locatie laatste rustplaats: Gecremeerd in kamp Vught. As: Onbekend. Het duurt lang vóór de familie duidelijkheid heeft over het lot van hun beide zoons. Ook de aanstaande echtgenotes van Herman en Piet wachten in spanning af. Tot de berichten binnen komen en alle hoop verloren is. Op maandag 2 juli 1945 wordt in de kerk van Sint Agnes aan de Beeklaan in Den Haag een plechtige H. Mis van Requiem opgedragen voor Herman en Piet Engering. Het lichaam van Herman is gecremeerd in het crematorium van het Kamp Vught. Piet ligt begraven op het Nederlands Ereveld Loenen in de gemeente Apeldoorn. Louis zit van 21 december 1943 tot 6 juni 1944 in het Oranjehotel in Scheveningen. Op die datum worden de gevangenen naar het concentratiekamp Vught getransporteerd. Louis overleeft de oorlog.

Overige gegevens: Verloofd. Zoon van Willem Casper Melchior Balthasar Engering en Jacoba Johanna Velu. Broer van Petrus Marie Antonius Engering en Theodorus Johannes Cornelis Henri Engering.

In 1991 krijgt een nieuwe straat in de Houtwijk in Den Haag de naam Engeringstraat, als eerbetoon aan Herman en Piet Engering.

Onderscheidingen

Niet traceerbaar. Op zoek naar nabestaanden, gaarne contact.

Monumenten

Bronnen

  • De familie Engering-Velù in de Tweede Wereldoorlog. Anton Engering (2010).
  • NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.
  • Archief NIOD 251A/FC-2, 251A/FK-2 (I.M. in dichtvorm), 251A/FL-1 (I.M. Van ’t Sant).
  • De Zwerver; 1948 nr. 31 Henk Jurgens.
  • Kind van verzet: Vught * Oranjehotel * Sachsenhausen. Aspekt. ISBN 9789059110274, E.P. Weber.
  • Mej. J. Jacob in “Gedenkboek van het Oranje Hotel” van E.P. Weber p.191,193, Amstelveen: Pieter Mulier, 1982. 3e druk. ISBN 90-70393-10-7.
  • Haagsche Courant 13-03-1991.
  • Nationaal Monument Kamp Vught.
  • Ministerie van Defensie.
  • Open Archieven.
  • Nationaal Archief.
  • Oorlogsgravenstichting.
  • De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad 27-06-1945.
  • “Het Grote Gebod” (Gedenkboek van het verzet in L.O. en L.K.P.) I/p. 283.
  • Broer van P.A.M. Engering. Komt voor op lijst “Treebus” in 251A/FH-4.
  • A. Engering (broer,EL-4005).
  • Komt voor op lijst “Treebus” in 251A/FH-4.

Geef een reactie