Bruijn, (de) Gerrit Frits.

Gevallen voor het Vaderland. “Grenadiers Vooraan!”

Leeftijd: 22.

Geboortedatum: 29 mei 1926.

Geboorteplaats: Gouda.

Adres: Burgvlietkade 78 te Gouda.

Beroep: Timmerman.

Onderdeel: Ondersteuningscompagnie-4 Bataljon-Garderegiment Grenadiers.

Rang: Soldaat.

Registratienummer: 26.05.29.138

Functie: Pionier.

Datum en locatie van sneuvelen: 04 februari 1949, Ngadiredjo, nabij Kediri, Oost-Java (NOI-IDN).

Wijze van sneuvelen: Grenadier de Bruijn is tijdens een patrouille gesneuveld bij een trekbomexplosie (250kg) toen de carrier waarop hij zich bevond hiermee in contact kwam. De knal was op 7 km in Kediri hoorbaar. Aard van de verwondingen: scherfwerking en op slag dood.

Samen gesneuveld met grenadier Gerardus Nicolaas Buren.

Overgenomen uit het gedenkboek. Opdat wij niet vergeten. Het is 4 februari 1949 ’s avonds 9 uur, als de motoren van de carriers beginnen te draaien; we zullen op patrouille gaan. De commandant haalt de laatste orders en dan zetten de carriers zich in beweging. Bij het huis waar de pioniers gelegerd zijn wordt nog even gestopt om pionier de Bruyn mee te nemen. Door de Hoofdstraat van Kediri, waar nog steeds straatverlichting brandt, gaat het in de richting van Ngadirejo. Hoe zal ’t vanavond weer aflopen? Zullen we straks nog terugkeren in Kediri? We denken aan vorige nachten, toe de dood zo heel dicht bij ons was en toen we als door een wonder gespaard mochten blijven. We zijn nu aan de rand van de stad gekomen; het laatste eindje sigaret wordt weggegooid en dan denken we niet meer, want de omgeving vraagt al onze aandacht. Drie carriers, met een onderlinge tussenruimte van ongeveer 100 meter en met een snelheid van circa 8 a 10 mijl kruipen krakend door de duisternis. In de voorste carrier zit de pionier, die met de andere jongens de weg afzoekt. Bij elk verdacht plekje wordt gestopt. Vaak is er niets aan de hand; soms ook blijkt het een truc te zijn om ons op een dwaalspoor te brengen. De jongens achter in de carrier turen het zijterrein in; de vinger aan de trekker. Maar de duisternis belet hen om verder te kijken dan het licht van de koplampen toelaat. Reeds naderen we de spoorwegovergang. Opeens bij de voorste carrier een enorme vuurzuil, gevolgd door een ontploffing, zo ontzettend als we nog nooit eerder hebben meegemaakt. Uit de voorste carrier begint de bren te ratelen. “Gelukkig” flitst het door ons hen, “er is tenminste nog leven”. “Kom even helpen jongens, want het is ernstig”. Als we naderbij komen zien we wat er gebeurd is. Er is een bom afgetrokken, vlak achter de carrier. De pionier de Bruyn is op slag gedood en Gerard Buren is bewusteloos. Boven zijn oog heeft hij een diepe scherfwond, die we zo goed mogelijk verbinden. Uit het zijterrein klinken nog steeds schoten; onze bren beantwoordt die en geeft dekkingsvuur af. Gerard Koning, die met een bren in de voorste carrier zat, laat zich niet onbetuigd. Door de ontploffing is zijn wapen uit de carrier geslingerd en hijzelf is door bomscherven gewond. Doch gelukkig heeft hij de tegenwoordigheid van geest om zijn bren op te rapen en het vuur te openen. Dat was het schieten dat ons eerst gerust gesteld had na de ontploffing. De carrier, hoewel zwaar beschadigd, blijkt nog te kunnen rijden. Er wordt besloten zo snel mogelijk nar Kediri terug te keren. Aan de ene kant in de carrier leggen we het slachtoffer de Bruyn; aan de andere zijde vinden we een plaatsje voor Buren. Ik blijf bij hem zitten en steun zijn hoofd in mijn handen. Hij haalt zwaar adem; ik voel bloed over mijn handen lopen. Enkele malen roep ik hem bij de naam, maar hij antwoordt niet. Als we Kediri naderen blaast hij de laatste adem uit. Ook hij is niet meer. We brengen de slachtoffers naar de hulpverbandplaats afdeling; dan gaan we naar huis. We slaan nog een blik op het veldbed in de kamer, dat voortaan leeg zal blijven. Voor ik naar bed ga scheur ik, zoals gewoonlijk, een blaadje van mijn kalender en alsof het voor deze dag bestemd is lees ik daarop: God geeft de tijd bij dag en jaar. Ach neen, bij kleine tikskens maar. en ’t laatste tikske komt aleer men ’t peinst of weet, eilaas, te zeer! De wijzer wijst elk uur en tijd Maar ’t uur niet dat gij schuldig zijt te sterven! Zijt dus voorbereidt, de wijzer wijst naar de eeuwigheid. Het is laat als ik die avond in slaap val.

Locatie laatste rustplaats: Ereveld Kembang Kuning te Soerabaja (IDN), vak/rij/nummer: BB 205. Op 21 oktober 1949 opgegraven. Op 25 oktober 1949 herbegraven.

Overig: Ongehuwd. Zoon van Teunis de Bruijn en Catharina Thérèse Clara Seelmann. Luthers.

Toegekende onderscheidingen

  • Ereteken voor Orde en Vrede met gespen: 1947-1948-1949.

Monumenten

Bronnen

Geef een reactie