1 Bataljon Regiment Jagers, Uniform-Brigade, Bravo-Divisie (Midden-Sumatra)

Opgericht: 01-01-1945 Eindhoven.
Vertrek GBR: 15-10-1945 Wokingham.
Vertrek NOI: 28-10-1945 a/b “Nieuw Amsterdam”.

Aankomst Malakka: 20-11-1945 Koeala Ketjil.
Aankomst Indië: 13-03-1946 Batavia.
Toegevoegd aan: T.T.C. West-Java, *T.T.C. Midden-Sumatra.
Ingedeeld bij: U-Brigade (B-divisie).
Actiegebied(en): Batavia,*Padang.
Commandant: Kap Mr W.J.Dijk: 01-01-1945 t/m 01-06-1945.
Maj J. Dietz: 01-06-1945 t/m ??-10-1945.
Maj Kelderman: ??-10-1945 t/m 28-02-1946.
Maj M. P.A. den Ouden: 28-02-1946 t/m 04-05-1948.
Gerepatrieerd: 04-05-1948 a/b “Groote Beer”, 26-05-1948 aankomst Nederland.

Het OVW-bataljon 1-RJ bestond voornamelijk uit vrijwilligers uit Brabant en Limburg. Na de opleiding bij het 2e RNID (Royal Neth. Inf. Depot) te Fournes (Fr.) werd het bataljon gelegerd in Zeeuws Vlaanderen en ingezet bij de beveiliging van Antwerpen. Later deed het bataljon dienst in Brabant, Utrecht, Zuid-Holland, Groningen en Duitsland (Bocholt). Via Engeland, waar het bataljon werd voorzien van de noodzakelijke uitrusting, vertrok het naar Indië. Daar de bevelhebber van het South East Asia Command (SEAC), de admiraal Mountbatten, vanaf 2 november 1945 een landingsverbod op Java en Sumatra voor Nederlandse troepen had ingesteld werd er uitgeweken naar Malakka. Dit verbod is in maart 1946 opgeheven. Kort nadat het bataljon begin maart in Batavia arriveerde nam het posten over van de daar gelegerde KNIL eenheden. In plaatsen als Depok, Tjiteureup, Pondok Benda en Tjileungsir werden door het bataljon stellingen betrokken. Op 24 maart 1946 nam een peloton van de 2e cie deel, samen met het KNIL, aan de bezetting van Depok.

Door intensief te patrouilleren en acties, zoals eind april bij Loeloet en op 7 juni de zuiveringsactie in brigadeverband in het gebied tussen Klender en Pondok Gedeh werden de infiltraties en de terreur van de tegenstander tegengegaan. In juli werd het bataljon afgelost en verplaatst naar Batavia en Pasar Djoemahat. De 1e cie bleef in de voorste lijn en bezette op 22 juli Pasirkapa nabij Buitenzorg. Medio augustus werd het bataljon aangewezen als ‘Java-reserve’. Dit hield in dat het bataljon waar nodig op Java ingezet kon worden. Tot november bleef het bataljon zijn posities rond Batavia innemen. Na te zijn afgelost door eenheden van de ‘7 december divisie’ werd het bataljon verplaatst naar Padang op Sumatra. Het bataljon werd belast met de beveiliging van het vliegveld en was gelegerd in de noord-sector van Padang. Begin januari 1947 werden er enkele acties gevoerd, waarbij o.a. de kampongs Nanggalo, Koerogadoeng en Pondokkopi werden gezuiverd. Hierna werd het in Padang een stuk rustiger.

Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, trok het bataljon op naar het noorden en bezette Pasar Baroe, Loeboekboeaja, Baringin en Loeboekaloeng. Enkele weken na de actie werd het bataljon afgelost door 1-8 RI en gelegerd in Padang. De 3e cie kwam in Si Goentoer Moeda en Boengoes zuid van Padang te liggen. Deze rust duurde echter niet lang. In december loste het bataljon 2-14 RI af dat ten westen en zuiden van Padang gelegerd was. In dit gebied met posten te Indaroeng, Bandarboeat en Ladang verbleef het bataljon tot aan de repatriëring.

Literatuur:

Rockx, K., Jagers en jagerslatijn : kroniek van het eerste bataljon jagers OVW 1945-1948. Z.p., 1991; 286 blz. Gedenkboek over de ervaringen van een OVW-bataljon met daarin onder meer een hoofdstuk over de toenmalige bataljonscommandant M.P.A. den Ouden, die in 1951 als commandant van het Nederlands detachement in Korea zou sneuvelen. Digitaal fotoalbum soldaat A. van der Mierden 5e Cie (http://www.indiegangers.nl

Bron: http://www.indie-1945-1950.nl/web/1rj.htm